15/10/20 Beduimeld

Vandaag heb ik een beslissing genomen die een volbloed nostalgicus als mezelf bijzonder zwaar valt. Een gigantische doos op zolder, die te veel plaats innam, bleek nog uit te puilen van de oude wielergidsen die ik vanaf mijn tiende bewaarde.

Zoals ik al wel eens vertelde, keek ik elk jaar, pakweg vanaf half januari, reikhalzend uit naar de komst van 'de nieuwe wielergids'. Toen ik de week voor de Omloop Het Volk die schat aan informatie in de brievenbus terugvond - het hart nog harder bonzend in de keel dan wanneer ik nu de Oude Kwaremont op 'kreffel' - was dat het startsein van een periode van isolement, waarbij familie en vrienden wisten dat elke poging tot sociaal contact vergeefs zou zijn.

Ik ploos monomaan en maniakaal de pagina's met alle profploegen uit. (Wij hadden thuis een abonnement op De Standaard - voor een sportminnend kind als ik de saaiste gazet van de wereld - en het internet was nog niet uitgevonden, dus op de grote transfers na had ik er nog geen benul van wie voor welke ploeg reed.) Ik zette verwoed kruisjes bij de renners die ik van naam kende, markeerde de coureurs van wie ik voorspelde dat ze de Tour zouden rijden, checkte uitslagen van het jaar voordien om gericht te pronostikeren wie de editie van het nieuwe seizoen zou kunnen winnen.

Omdat gaming nog in zijn kinderschoenen stond en door mijn ouders sowieso als 'afstompend' werd gecatalogeerd, raakten de medebewoners en bezoekers van huize Delrue snel gewend aan het volgende tafereel, vooral op druilerige avonden of tijdens voetballoze weekenddagen: de jongste, fel rosse snaak zit aan tafel (of ligt op de grond) met om zich heen, behalve de wielergids, tientallen volgekrabbelde papieren met namen, ideale WK-selecties, verzonnen wedstrijden met denkbeeldige tijdsverschillen, en soms zelfs al transfers voor het volgende seizoen.

Kwamen mensen te dichtbij, om te spieken waar ik in hemelsnaam mee bezig was, dan schermde ik mijn 'werk' af, me er terdege van bewust dat wat ik deed niet beantwoordde aan de norm der kinderlijke bezigheden. De vertedering in de blikken van buitenstaanders sloeg terstond om in bezorgdheid, al probeerde mijn moeder die te counteren met de boodschap dat ik later sportjournalist wilde worden.

Dat ben ik ook geworden, zij het slechts kort, omdat de magie van de sportliefhebberij taande zodra het mijn job werd. De magie van die talloze uren, voorovergebogen over mijn wielergidsen, werd nooit meer benaderd, laat staan geëvenaard.

Waarom ik ze dan weggooi? Omdat ze, in alle eerlijkheid, al vijftien jaar liggen te vergelen in een vergeten doos en ze de komende vijftien jaar zouden verbruinen. Omdat het internet intussen wél is uitgevonden en alle uitslagen en alle namen uit langvervlogen tijden daarop terug te vinden zijn. En omdat ik geen oude wielergids noch het internet nodig heb om vandaag nog te weten dat mijn idool Edwig Van Hooydonck (van wie ik vandaag ook een oud postertje terugvond) in 1991 nog beter was dan Johan Museeuw in de Ronde van Vlaanderen en dat Mauro Ribeiro later dat jaar de eerste en voorlopig enige Braziliaanse ritwinnaar in de Tour werd.

Maar ik heb wel wat foto's gemaakt. Om aan mijn kinderen uit te leggen dat je het woord 'beduimeld' niet gebruikt om uit te leggen dat je duimen oververmoeid zijn van het gamen.

De Koperen Kogel