29/06/21 Iets met zaaien en oogsten

Toen ik gisteravond in bed kroop - dat mag u bijna letterlijk nemen, zie verder - worstelde ik nog met wat ik vijf minuten eerder had gepost: ‘Nèh.’

Hoewel ik me had voorgenomen om tijdens dit EK een positieve ingesteldheid aan te nemen, had ik me in amper drie letters laten kennen, me laten leiden door leedvermaak, revanchisme, een totaal gebrek aan empathie.

Vooral dat laatste stak. Ik heb het verhaal al eerder verteld, maar na een dramatisch getrapte en dus gemiste penalty in de finale van het prestigieuze Paastoernooi van White Star Lauwe, bij de miniemen, heb ik nooit nog een officiële elfmeter omgezet. In mijn (nostalgisch-ironische) jeugdvoetbalmemoires die ik op korte termijn hoop te publiceren, zal het volgende te lezen staan:

“Geen afstand is langer dan die tussen de middencirkel en de penaltystip. Althans in het hoofd van de voetballer die willens nillens een strafschop moet nemen. Zoals je met lange tanden aan een onsmakelijk ogende maaltijd begint, zo stapt een onzekere voetballer met knellende schoenen richting zestienmetergebied. Hij voorvoelt het trauma dat hem te beurt zal vallen, maar kan niet anders dan de noodwendigheid van dat droeve lot te aanvaarden.”

Waarom dan had ik niet de minste compassie met Mbappé? Dat had natuurlijk alles te maken met 2018, toen Frankrijk ons met antivoetbal uitschakelde en het goudhaantje het nodig vond om het nog mes dieper in de wonde te duwen met misselijkmakend spelbederf. Met één enkele geste heeft hij de gunfactor die ik als grensjongen altijd had gehad jegens Frankrijk, gewijnkelderd. Maar Mbappé, een onwaarschijnlijk opwindende voetballer bovendien, was toen nog maar 19. En is er nu nog altijd maar 22… Is enig mededogen dan niet op z'n plaats?

‘Morgenvroeg’, piekerde ik, ‘vraag ik aan mijn volgers om met een duimpje aan te geven of ze gejuicht hebben na die gemiste penalty, dan wel om aan te geven of ze teleurgesteld of boos waren.’ Een soort persoonlijkheidstest van ‘de’ Belgische voetballiefhebber, in de hoop mezelf te ontslaan van te veel zelfkastijding: ‘Misschien maken leedvermaak en revanchisme gewoon deel uit van onze nationale voetbalbeleving,' filosozwetste ik mezelf in slaap.

Toen ik úít mijn bed kroop, had ’Nèh’ alleen maar duimpjes, hartjes en lachende smoeltjes gekregen. Op dit moment 183. Mijn enquête blijkt overbodig.

Waarom ik gisteravond in bed ‘kroop’? Omdat ik de hele dag had geholpen bij een verhuizing. Terwijl Spanje en Kroatië er een doelpuntenfestival van maakten, was ik koortsachtig op zoek naar de linkerplank van mijn broers bed die ik enkele uren eerder argeloos ergens had neergepoot. Al die uren die ik naar pokkesaaie groepsmatchen had zitten gapen, leverden plots nog hevigere pijnscheuten op dan mijn rug. (Ik word ook weleens schertsend Alex Herniatynski genoemd.)

Met een grinnikende Murphy op de achterbank reed ik naar Herentals, mezelf troostend met het idee dat ik een mens in nood geholpen had. Na thuiskomst mocht ik alsnog getuige zijn van een spektakelmatch, inclusief penalty’s! Dan kan ik toch geen slechte mens zijn?

Zou Mbappé zich diezelfde vraag stellen deze ochtend?

De Koperen Kogel