26/09/21 Geen kampioen zijn is niet plezant

Hier zit ik dan.

Eindelijk thuis.

Met een klakske van Shimano.

Met vijf klakskes zelfs.

En met een kater die meer dan vier uur na de glorieuze en oververdiende overwinning van Julian Alaphilippe nog altijd niet van plan lijkt het krabben aan mijn supportershart te staken.

Die kater heeft dus niets vandoen met de wanhopige en ietwat wanstaltige poging van volksmenner Michel Wuyts om de verzamelde menigte op het Ladeuzeplein aan het - zo zei hij het echt - zuipen te krijgen.

Ik keek om me heen en zag heel wat mensen die de daad bij het woord voegden, of dat al behoorlijk stevig hadden gedaan. Ik vroeg me af wat er te vieren viel. Of ze wel ten volle begrepen welk drama er zich net voltrokken had.

Valgren verscheen op het podium, daarna ook Van Baarle. Ik applaudisseerde op automatische piloot. Dat Alaphilippe niet werd uitgejouwd, zoals bij zijn laatste passage een kwartier eerder, was een opluchting. Ik klapte wat harder, maar het gemoed klapte niet mee. En ik zoop niet mee.

Er waren te veel muizenissen. Dat soort kater dus. Ik verzoop niet in Stella, maar in overpeinzingen. Waarom maakten de Belgen de koers zo zwaar als hun kopman geen superbenen had? Wannéér wist die kopman dat hij geen superbenen had? En waarom, in naam van de wielergoden, had hij uitgerekend vandaag geen superbenen? Na een week waarin ik me voor het eerst sinds lang nog eens ongeremd supporter voelde. Na een onvergetelijke namiddag vol kiekenvlees in het zinderende Leuven, waar zelfs Spaanse supporters na een tijdje meebrulden van ‘Woutje van Aert, Woutje van Aert, Woutje, Woutje, Woutje van Aert!’

(Achteraf bekeken ben ik blij dat ze niet zongen van ‘Wout van Aert, de kampioen, de beste van de wereld’ - het deze week gelanceerde supporterslied met het nu wel dubbel pijnlijke vers: ‘Alaphilippe, die roept al op zijn moeder’.)

Complottheorieën staken zelfs de kop op. Ik hoorde Lefevere gisteravond naar Evenepoel bellen om te zeggen: ‘Remco, rijd morgen zo vroeg mogelijk en zo lang mogelijk het sop uit uw kuiten. Het vaderlandse publiek zal je weer aan het hart drukken, en als er geen Belg wint, dan doet Julian er zijn voordeel mee.’

Nog maar eens ontspon zich dus dat eeuwige debat tussen beide hersenhelften. Was vandaag opnieuw empirisch bewezen dat een WK met landenploegen ‘niet meer van deze tijd’ is? Of waren we, bij gebrek aan oortjes en ploegsponsors, getuige van een ouderwets man-tegen-mangevecht, met de beste, de allerbeste van de dag, als pleitbezorger van die romantiek?

In dat laatste geval zou ik eigenlijk zottecontent moeten zijn. Het was vollen bak koers! Maar die koers was toevallig een WK, en tijdens een WK ben ik vollen bak Belg. Op tien kilometer van het einde kon ik me al verzoenen met de winnaar van de dag en probeerde ik me zo kranig mogelijk te verzoenen met de verliezer van de dag. Dat Jappe Stuyven ook nog eens naast het podium viel, waardoor er hoegenaamd geen hol te vieren viel op dat Ladeuzeplein, was er echter te veel aan. De tristesse tijdens de treinrit naar huis woog zwaarder dan de laatste decameter van de Moskesstraat eerder deze week.

Het was nochtans een hele mooie dag.

Maar die Shimano-klakskes ga ik niet bijhouden. Of eentje misschien, om me te beschermen tijdens de zon. Want ik heb me vandaag nog wat extra haren uit het reeds kalende hoofd getrokken.

De Koperen Kogel