16/02/22 "Quel joueur!"

Ik ben geen fan van de ene ploeg en nog minder van de andere, maar onze jongste wilde deze ‘finale avant la lettre’ - niet zijn woorden, wees gerust - niet missen en wekte zo mijn ingedommelde interesse weer tot leven. Ik werd zowaar een soort van voetbaldrang gewaar. In de passieve zin van het woord, als kijker en genieter van, hopelijk, hoogstaand voetbal.

De conservatieve vroeger-was-alles-beter-zeurpiet die ik al sinds veel te jonge leeftijd ben, leek in eerste instantie op zijn wenken te worden bediend. Hoewel het niveau van de 22 acteurs op het veld ontegensprekelijk hoogstaand was - de intensiteit, de snelheid van uitvoering, de technische beheersing maken elke vergelijking met voetbal uit een eerder tijdperk pijnlijk absurd - miste de eerste helft wat geen enkele match zou mogen missen: kansen.

“Eén ploeg wil winnen, de andere niet, deze match is een strategisch sterfgeval en gaat eindigen op 0-0” - of zoiets - orakelde ik al snel tegen mijn drie zonen (nadat ik bij de twee oudsten de smartphone operatief uit de handen had verwijderd om hen eens naar échte spelers te laten kijken in plaats van naar hun digitale tronies in een eeuwig durende en verslavende virtuele versie van de Panini-stickerboeken van weleer. Ja, de vroeger-was-alles-beter-zeurpiet was op dreef.)

De ploeg die wilde voetballen, en die dat simpelweg veel beter kon en deed, was Paris Saint-Germain. (Ik laat even in het midden of dat de ploeg is waar ik geen fan dan wel nog minder fan van ben.) D’accord, PSG heeft ridicuul veel centen, en dus ridicuul veel weergaloze voetballers - een beetje zoals Real Madrid rond de eeuwwisseling. Maar passons, ik wil er toch twee uitlichten: de beste aller tijden en die snelle.

De beste aller tijden lijkt zijn beste tijd te hebben gehad. Willen is niet altijd meer kunnen. In een tweede helft waarin zijn ploeg pas echt een doelpunt najaagde, volgden de benen amper nog het brein - op die ene helderziende doorsteekpass na. Maar daar volgde geen goal uit, en dus werd het geen puntje op de i, noch een goedmakertje voor die gemiste strafschop waarvan iedereen eigenlijk bij voorbaat al wist dat die er niet in zou gaan. (Zonder afbreuk te doen aan Courtois, de enige Galactico bij de Koninklijke.)

Gelukkig was er nog die snelle. Die ietwat arrogante, ja. Maar ook: die constant, van zodra hij aangespeeld wordt, dreigende. Die hartslagverhogende. Die onverdedigbaar slalommende. Die koel afwerkende. Die op de valreep het verschil makende. Die alles en iedereen, zelfs de vroeger-was-alles-beter-zeurpieten, in ontzag of ontreddering achterlatende.

Die voetbaldrangbevredigende.

De Koperen Kogel